De tweeënnegentigjarige Isabel van de Ven weet zich nog veel te herinneren van het oude Orthen. Ze werd er geboren in 1932, ging er naar school en werkte in de jaren vijftig als kleuterjuf op de bewaarschool in oud Orthen. Isabel was de zesde en jongste van de familie Van de Ven die in de jaren dertig van de vorige eeuw in een boerderij op de Rijksweg 202 woonde.
Isabel: “Als de koeien naar de wei waren en de stal schoongespoten dan gingen we met de kinderen uit de hele buurt schooltje spelen”. De kunst keek ze af van zuster Engelina van de bewaarschool. Heeft Isabel toen bedacht dat ze juf wilde worden? Dat zou best kunnen.
Met 18 jaar al voor de klas
Vanuit de Orthense lagere school bij de nonnen ging ze naar de MULO in de Choorstraat en daarna naar de kweekschool van de nonnen in de stad. Haar broers mochten doorleren op de landbouwschool en Isabel mocht naar de opleiding voor kleuterjuf. Als stagiair al werd Isabel voor de leeuwen geworpen: “Zuster Engelina werd ziek en hoewel ik nog geen 18 jaar was en nog geen einddiploma had, werd ik gevraagd in te vallen. Ik kreeg een klas van 40 kleuters. De nonnen dachten dat ik dat wel kon”. Dat was in 1949. Alle klassen waren zo groot. De kinderen moesten luisteren en stil zitten met zijn drieën in één bank. De nonnen waren streng. Kleuterjuf Isabel had andere ideeën over het onderwijs. Ze liet de kleintjes op de grond spelen en ging met hen de natuur in om kwakbollen te vangen die ze in de klas in een glazen bak hield. Tot het moment dat de kwakbollen pootjes kregen en de volgende ochtend als kikkertjes uit de bak gesprongen waren. De nonnen in hun wapperende zwarte gewaden, waren in alle staten. De kinderen hadden veel lol en mochten de kikkertjes vangen. “En witte muizen die had ik ook in een bak die kregen jongen en kropen vervolgens ook door de klas. Dat vonden de kinderen prachtig maar de nonnen spraken er schande van”. Isabel was te modern in hun ogen.

Jaarlijks kwam er iemand van de gemeente Den Bosch de kinderen nakijken of ze geen zweren en luizen hadden. Sommige kleuters hadden last van een krentenbaard, ze zaten er met hun handen aan en handwassen deden ze niet. “Nou nou hoorde ik die dame zeggen tegen een van de kinderen; wat heb jij een rouwrandje, is er iemand dood in de familie? En toen zei dat jong; Jaaa, Daan de Kievit. En dat klopte Daan de Kievit was verdronken in de IJzeren Ome. Ik hoor het hem nog zeggen.”
Armoe
De armoe in Orthen was groot. Voor de lagere school gold de leerplicht en daarvoor hoefde niet betaald te worden maar de bewaarschool kostte wel schoolgeld. Er moest maandelijks betaald worden en dat was soms een probleem. De kleuters brachten de inhoud van de meter mee naar school als schoolgeld. De pastoor wist precies hoe het er thuis bij hing en zei soms tegen juffrouw Isabel: “Die kunnen het niet betalen, laat ze toch maar komen”. De armoe was zichtbaar aan de kinderen. Het rook soms in de klas naar kinderen die in hun broek geplast hadden. Extra broekjes waren er niet. In Orthen was in de jaren vijftig sprake van klassenonderscheid. Je had de weesjes, schipperskinderen, kermiskinderen die zaten allemaal op het internaat van het klooster, de kinderen van de boerderij en dan had je nog de kinderen van Herven en van de Ketsheuvel en De Heuf. De laatsten konden wat neerkijken op de andere kinderen. Ze waren wat netter gekleed en spraken wat behoorlijker en zeiden dan over de anderen ’Hij stinkt altijd’. Isabel moest daar niets van hebben en greep dan in.
Isabel begon te werken in de bewaarschool aan het eind van Orthen naast de voormalige Lambertuskerk. De school werd gerund door nonnen. “Ge deed ‘s morgens een gebedje. Dat zou nu niet meer kunnen”. Er waren grote gezinnen in Orthen, bij de Kievit en bij Pels wel negen a tien kinderen. Kaffener had ook een groot gezin. Het was een mooie tijd vindt Isabel ook al verdiende ze maar een grijpstuiver. De eerste keer dat ze werkte kreeg ze van de nonnen een kwatta. “Ik weet nog dat ik thuis kwam en mijn vader zei: Meske moete gij zo de kost gaan verdienen?”

Toen het te vol werd in de meisjesschool achteraan Orthen, verhuisde juffrouw Isabel met haar kleuters naar de oude jongensschool op de Ketsheuvel naast het Orthense Kerkhof. Ze kreeg er een lokaal naast de potterie. (De potterie kon later doorschuiven naar de nieuwbouw van Cor Unum aan de Orthense Hoven). Isabel verhuisde met de kleuters al snel nog een keer naar de nieuwe kleuterschool aan de Adelheidsstraat. In de Adelheidsstraat kreeg Isabel collega’s: Anneke Pols, Tini Vesters die ook uit Orthen kwamen. Isabel: “Die liepen bij mij stage. De werkweek was vijf en een halve dag. Ik heb het altijd hartstikke leuk gevonden. Die school in de Adelheidsstraat, dat was een leuke school hoor! Is die niet afgebroken?”
Toen Isabel trouwde in 1959 werd ze ontslagen – getrouwde vrouwen mochten niet werken – maar ze werd nog vaak gevraagd als invaller. Met de komst van haar kinderen, verhuisde ze naar Engelen. Waarom verhuisde ze eigenlijk uit Orthen? Daar windt Isabel geen doekjes om: “Er woonde achteraan in Orthen op de Engelsedijk voort veel uitschot. De politie was er regelmatig”. Isabel en haar man wilden hun kinderen niet in deze omgeving op laten groeien. Haar broer Jan was al verhuisd naar Engelen, Isabel kon er een nieuwbouwwoning krijgen. In Engelen heeft ze nog vele jaren gewerkt als juffrouw en later als hoofd van de kleuterschool. Ze mocht haar kind in de kinderwagen meenemen naar school, zo zat men verlegen om leerkrachten. De kinderen en aanhang van Isabel zijn uiteindelijk allemaal in het onderwijs terecht gekomen. Daar is ze heel tevreden over!

In 1953 was er de grote watersnoodramp in Zeeland en west Noord-Brabant. Bij veel Orthense boerengezinnen waaronder ook de familie Van de Ven, kwamen mensen uit Zeeland in huis. Ze heeft er nog altijd contact mee. De gedupeerden van de watersnood werden vanaf de Veemarkt met de bus naar Orthen gebracht. De ontreddering van die mensen maakte grote indruk op de goedgeefse Orthense gemeenschap.
Isabel van de Ven is geïnterviewd door Jeannie
Ketelaars en Fike van der Burght, leden van de
heemkundekring de Orthense Schaar. Samen
hebben ze dit artikel geschreven naar aanleiding
van het interview.

